Oostkantons België

Naast de Nederlandstalige Vlamingen en de Franstalige Walloniërs bestaan er ook nog zo’n 70.000 Duitstalige Belgen. Zoals verwacht, wonen die Duitstalige Belgen niet ver van de Duits-Belgische grens, in de zogenoemde ‘Oostkantons’, in de provincie Luik. Bekende plaatsen in de Belgische Oostkantons zijn Eupen, Malmedy en Sankt Vith. Om het ingewikkeld te maken wonen de bewoners van Malmedy en omgeving wel in de ‘Oostkantons’, maar maken zij deel uit van het Franstalig gebied in België. De echt Duitstalige Belgen hebben een eigen regering en parlement.
Dit gebied heeft lange tijd deel uitgemaakt van het Duitse Rijk. Pas vanaf 1919 – na de Eerste Wereldoorlog – behoren de Oostkantons bij België. In de Tweede Wereldoorlog werd ‘Eupen-Malmedy’, zoals dit gebied ook wel werd genoemd, opnieuw in het Duitse Rijk (nu van Hitler) opgenomen en werden de Belgische mannen in Duitse krijgsdienst opgeroepen. Na de oorlog kwamen de Oostkantons opnieuw bij België. In het voorlaatste oorlogsjaar is in dit gebied zwaar gevochten. Het ‘Ardennenoffensief’ van het Duitse leger ging dwars door dit gebied, waardoor veel verwoestingen werden aangericht. Sankt Vith bijvoorbeeld werd vrijwel volledig vernietigd.

– Uitzicht op het dal van de Warche –

De mensen in de Oostkantons wonen overigens in een schitterend wandelgebied. Door deze streken – je bent hier eigenlijk niet meer in de Belgische Ardennen, maar in de Belgische Eifel – loopt de GR 56, de ‘Grote Route van de Oostkantons’. Over deze GR een enkel woord. De oorspronkelijk GR 56 bestond uit een ‘rondje’ ten zuiden van de Hautes Fagnes (Hoge Venen) en een ‘route in lijn’ door de Hautes Fagnes naar Eupen. Omdat vooral het tracé tussen Robertville en de Duitse grens in de loop der jaren teveel geasfalteerd raakte, heeft men er in de negentiger jaren van de vorige eeuw voor gekozen dit tracé te degraderen tot een ‘variant’ van de GR. Ook de route naar Eupen werd uit de GR 56 gehaald en een geheel nieuw deel werd in plaats daarvan toegevoegd, te weten een route door de Hautes Fagnes naar het Duitse toeristenstadje Monschau. Aldus werd een geheel ‘ronde’ GR 56 gecreëerd.
Op zich is er natuurlijk niets mis mee om een schitterend gebied als de Hautes Fagnes in deze GR op te nemen, maar probleempunt is nu wel, dat het de wandelaar – in het bijzonder de rugzakkampeerders die na zo’n 25 kilometer wandelen wel een goede en legale kampplaats willen tegenkomen – moeilijk wordt gemaakt een overnachtingsplaats te vinden. De afstand tussen Malmedy en Monschau bedraagt over de vernieuwde GR 56 zo’n 40 kilometer en onderweg kom je geen officiële kampeerterreinen tegen. Daarbij komt nog dat in het Nationaal Park Hautes Fagnes (wild)kamperen absoluut is verboden.

Van de vernieuwde GR 56 bestaat overigens wel een prachtige nieuwe topogids, voorzien van mooie kleurenfoto’s en uitsneden van stafkaarten (1:50.000), eveneens in kleur. Met dit boekje in de hand heb je eigenlijk geen losse stafkaarten meer nodig, want de route wordt onderweg uitstekend aangegeven met de bekende roodwitte strepen, zodat je vrijwel nergens de weg kunt kwijtraken. Toch is het handig een paar stafkaarten van dit gebied bij je te stoppen en wel in de schaal 1:25.000. De hieronder beschreven route is vrijwel geheel terug te vinden op een drietal aansluitende stafkaarten van deze schaal.

– Boven het dal van de Warche –

Onze 78 kilometer lange voettocht volgt grotendeels het ‘oude’ GR 56 tracé. De start is in Malmedy. De eerste dag wandel je boven en door het diep ingesneden dal van het riviertje de Warche naar het stuwmeer van Robertville (camping). De tweede dag staat inderdaad voor een belangrijk deel in het teken van asfalt. Door een golvend, van voldoende lover voorzien weidelandschap met hier en daar een dorpje, wandel je langs het stuwmeer van Bütgenbach naar Rocherath, het hoogst gelegen dorp van België. Alleen het fraaie traject langs het stuwmeer van Bütgenbach is echt onverhard. ’s Avond wordt in het wild gekampeerd in de mooie vallei van het beekje de Holzwarche. De derde dag voert je door verlaten en bosrijke streken naar de grensdorpen Manderfeld en Schönberg (camping). De laatste dag volg je nog een korte tijd de GR 56 om daarna via een ‘eigen route’ naar Sankt Vith te gaan. De reis van Sankt Vith naar Malmedy zal per bus (lijn 395) moeten worden gemaakt. Opgelet: er gaan slechts enkele bussen per dag, als ze al gaan ! In verband hiermee is het wellicht beter de eventueel meegenomen auto’s in Sankt Vith neer te zetten en éérst de busreis naar Malmedy te maken. Dan heb je de ‘vervoersellende’ immers al gehad en hoef je laatste dag niet te lopen op de vertrektijd van de bus. Vertrektijden vind je op internet.

Ook een punt van aandacht is ‘geld’. Wanneer je deze route loopt, moet je voldoende contante euro’s op zak hebben, want geldautomaten zijn in deze contreien nog een relatief onbekend fenoneem. Wij kwamen er tenminste geen enkele tegen, óók niet in dorpjes waar nogal wat toeristen komen.

– Barrage de Robertville –

Landschappelijke hoogtepunten zijn er op deze GR 56 tocht volop. Om te beginnen het Warche-parcours de eerste dag. Ook de, onverharde, wandelpaden langs de twee genoemde stuwmeren zijn bijzonder aantrekkelijk. De derde dag bieden de beekdalen van de Holzwarche en de Frankenbach veel natuurschoon. Aan het slot van deze dag komt weliswaar wat asfalt voor, maar daarvoor in de plaats krijg je prachtige panorama’s op het Belgische Eifellandschap. Sowieso is de gehele tocht er een van veelvuldige en fraaie vergezichten.

Dag 1: Van Malmedy naar Robertville (15 km)

In Malmedy kun je, desgewenst, je auto vrij parkeren op een parkeerterrein juist ten noorden van de met twee imposante torens uitgeruste 18e eeuwse kathedraal. Je bent hier op een steenworp afstand van het gezellige Place Albert Ier met zijn vele terrassen. De bus uit Sankt Vith heeft een halte op dit centraal gelegen plein. Malmedy ligt in het dal van het riviertje de Warche en wordt omringd door beboste heuvels. Via het genoemde plein verlaat je de stad om langs straten, die met een moeilijk uitspreekbaar plaatselijk (?) dialect worden aangeduid, nu over de ‘variant’ van de GR 56 naar de voet van de eerste heuvel te gaan. Je klimt over de Gretédar (Â stâcions), een kruisweg, naar boven. Het onverharde pad is steil en hier en daar van trappen voorzien. Een echte kuitenbijter om weer in het vertrouwde ritme te komen !
Bovenop de heuvel vind je de kapel van Livremont. Van hier is het nog een korte tijd wandelen door het bos naar het asfaltweggetje dat door het vakantiedorpje Chôdes loopt. Deze weg wordt over een afstand van ongeveer twee kilometer gevolgd. Druk is het hier niet en links en rechts heb je – tussen de vakantiehuizen door – af en toe aardige doorkijkjes op het fraaie heuvellandschap rond Malmedy. Iets voorbij Chôdes gaat het scherp linksaf richting de vallei van de Warche. Spoedig wordt het sentier onverhard en dat blijft het vandaag, op een enkele meter asfalt na.
Je daalt voorlopig niet het dal in, maar blijft op hoogte. Het parcours wordt zeer bosrijk en af en toe is een blik op de fraai in de diepte stromende Warche mogelijk. Je passeert het op een uitstekende rots gepositioneerde uitzichtpunt Nez de Napoleon, waar het fraaie panorama niet meer bijzonder is dan eerdere, reeds gepasseerde uitzichtpunten.

– Het diep ingesneden dal van de Warche –

En dan gaat het echt naar beneden. In de buurt van het mooie kasteel van Reinhardstein, waar je, al afdalend, een fraai uitzicht op krijgt, bereik je de dalbodem. Het kasteel behoort sinds 1354 tot de familie De Waimes en is nog steeds particulier en permanent bewoond bezit. Nadat het kasteel in de loop der tijden tot een ruïne was vervallen, is het in 1969 gerestaureerd. Desgewenst is een bezoek aan het kasteel op bepaalde dagen mogelijk.

– Kasteel Reinhardstein in het dal van de Warche –

Na de oversteek van de Warche volgt een steile klim naar boven en spoedig bevind je je op het pad naar de nabije, 55 meter hoge, stuwdam van Robertville. Tussen de bomen door wordt de dam al spoedig zichtbaar. Na het oversteken van de stuwdam vind je een welkome horeca-inrichting, de eerste en laatste vandaag.
De dag wordt afgesloten met een fraai, vijf kilometer lang, onverhard wandelpad langs de zuidoevers van het stuwmeer van Robertville. Dit tracé is nieuw ten opzichte van het inmiddels geasfalteerde oude tracé ten noorden van het stuwmeer. Hier en daar moet er wel even geklauterd worden over de vele boomstronken, maar in zijn totaliteit is het pad goed begaanbaar en landschappelijk zeer fraai. De conclusie is dan ook dat deze eerste dag over de GR 56-variant de qua natuurschoon en onverharde paden verwende rugzakwandelaar nog steeds veel te bieden heeft en ten onrechte is ‘gedegradeerd’.
De avond kun je doorbrengen op camping ‘Belle Vue’, gelegen aan het stuwmeer, juist voor het dorpje met de uitnodigende Bourgondische naam Champagne. De camping beschikt over een gezellige kantine.

– Het stuwmeer van Robertville –

Dag 2: Van Robertville naar Rocherath (21 km)

In de aanvang van de tweede dag – vlakbij de camping – wordt je pad gestuit door een onbegaanbaar houten bruggetje langs de oever van het stuwmeer. Daarom weer teruggekeerd en uitgekomen bij de camping. Over een rustig asfaltweggetje wandel je van de camping naar het dorpje Champagne. Vandaar gaat het – immer over GR-asfalt wandelend – weer naar beneden, het dal van de Warche in. Je bent hier gearriveerd in het weidelandschap, dat vandaag de hoofdschotel van je tocht vormt. Veel uitzichten dus op koeien en paarden en op verder weg gelegen dorpjes. En ondanks het vele asfalt geen onaangenaam parcours.
Na het oversteken van de Warche en iets verder de rails van de toeristische Vennbahn ga je rechtsaf over een half verhard, stenig pad. Na korte tijd kun je vanaf het pad in de diepte van een enorme steengroeve staren. Je arriveert – in de buurt van het gehucht Brückberg – opnieuw op degelijk asfalt. Iets verderop loop je kortstondig op een onverhard veldpaadje naar beneden tot aan een druk bereden autoweg. Desgewenst kun je hier in een horeca-inrichting een koffiepauze houden, maar waarschijnlijk is het daarvoor nog te vroeg. En in Nidrum, het volgende dorp op je pad, is eveneens een café.
Het volledig geasfalteerde parcours brengt je over het hooggelegen plateau, tussen de weiden door, naar dit hooggelegen dorp toe. Het café vind je, bij aankomst in het dorp, iets van de GR af, naar links in de buurt van de kerk.
Na de koffiepauze is het nog een half uur geasfalteerd wandelen naar het toeristendorp Bütgenbach. Opnieuw doorkruis je het mooie dal van de Warche, waarboven de imposante kerktoren van Bütgenbach je de weg wijst. Van passerende auto’s heb je niet veel last.

Bütgenbach is uiteraard van alle gemakken voorzien. Je vindt er winkels, diverse café’s, hotels en restaurants, maar géén geldautomaten !
Van het centrum van het dorp wandel je over een asfaltweggetje opnieuw het dal van de Warche in, nu op weg naar de één kilometer verder gelegen stuwdam van het meer van Bütgenbach. Deze stuwdam is in 2004 gerestaureerd. Daarvoor moest men eerst het gehele stuwmeer laten leeglopen (!). Toen wij deze tocht in mei 2004 maakten, was het stuwmeer geheel leeg – op het riviertje de Warche na uiteraard – en was het op bepaalde plekken mogelijk over de zandige en stenige bodem van het meer te lopen. Een zeer aparte ervaring !

– Het leeggelopen stuwmeer van Bütgenbach –

De GR-variant volgt aan de overzijde van de stuwdam een geheel nieuw tracé ten opzichte van de oude GR 56. Nu wordt de noordzijde van het stuwmeer gevolgd over een zeer aangenaam onverhard voetpad langs de oevers van het meer. Dit onverharde pad is op deze goeddeels ‘verharde dag’ uiterst welkom en biedt bovendien vele kilometers lang fraaie uitzichten op het door hellingbos geflankeerde stuwmeer. Daar waar het stuwmeer zo ongeveer ophoudt, klim je via een half verhard pad weer naar boven, het plateau op, tot het dorpje Wirtzfeld, waar je desgewenst een horecastop kunt houden.
Vanaf hier is de GR weer geasfalteerd. Je gaat links langs de plaatselijke, hooggelegen kerk en je komt op de weg naar je volgende en laatste dorp deze dag, Rocherath, het hoogst gelegen dorp van België. Je wandelt hier op 636 meter hoogte ! Onderweg zijn naar links toe fraaie vergezichten te bewonderen. Nabij de kerk van Krinkelt/Rocherath zijn twee café’s te vinden. Als je geluk hebt zijn ze geopend.

Het wordt tijd naar een aardige kampeerplek te gaan zoeken. De stafkaart geeft aan dat je je in de buurt van het beekje de Holzwarche bevindt, met naar verluidt een zeer fraaie valleitje in een overigens vrij verlaten streek. Van Rocherath volg je het GR-sentier naar het dal van de Holzwarche, een zijbeek van de Warche. Beneden in het dal bereik je de gebouwen van een voormalige houtzagerij. Vlakbij deze plaats, Enkelberg genoemd, is een klein vakantiedorpje gekomen. Je trekt hier aan voorbij en loopt het dal van de Holzwarche in. Maar eerst doe je er goed aan op deze plaats drinkwater te halen. Dat water neem je mee naar je vrije kampplek, die je vindt langs het inmiddels half verharde GR-sentier, in de eerste steengroeve aan je linkerhand, ongeveer een kilometer verderop. Toegegeven, de ondergrond van het vlakke gras kan wat stenig zijn – lastig voor je grondpennen -, maar de schoonheid van de plek is er niet minder om. Met de rotswand als rugdekking kijk je uit over het wild begroeide valleitje met aan de overzijde een koeienweitje. ’s Avonds kun je hier een stemmig kampvuur ontsteken !

– Kamp 2 in het stille valleitje van de Holzwarche –

Dag 3: Van Rocherath naar Schönberg (28 km)

De derde dag van je voettocht door de Oostkantons heeft weer een geheel ander karakter dan de eerste twee dagen. Veel bos en pittoreske beekvalleitjes staan vandaag op het programma. Ook moet er soms stevig worden geklommen en gedaald.
Maar eerst gaat het kilometerslang door het valleitje van de Holzwarche. Het valleitje is weliswaar niet diep ingesneden, maar zeer fraai door zijn ruige begroeiing en ongerepte karakter. Van auto’s ben je op dit pad verlost. Onderweg passeer je enige Maria-beeldjes met boekjes, waarin je persoonlijke overpeizingen kunt noteren. De voertaal blijkt vooral Nederlands te zijn ! Ook is het goed te weten dat je hier in de buurt van het tweede hoogste punt van België bent, Weissenstein, 692 meter hoog. In het voor- en naseizoen kan het in dit gebied dus onverwacht fris zijn, niet alleen overdag, maar vooral ook ’s avonds en ’s nachts.

– Het sentier door de eenzame vallei van de Holzwarche –

Na een uiterst aangename wandeling van zo’n tien kilometer kom je terecht bij het gehucht Buchholz, niet ver van de Duitse grens (Losheimergraben). Als je dacht hier van een wel verdiende commerciële koffiestop te kunnen genieten, kom je bedrogen uit. Er is weliswaar een hotel, maar dat hotel biedt géén cafévoorzieningen. Voor horeca zul je nog moeten wachten op het dorp Manderfeld, van hier nog zeven kilometer ver.
Het GR-pad naar Manderfeld loopt van Buchholz aanvankelijk door de mooie, zwaar beboste vallei van de Frankenbach. Na drie kilometer lopen verlaat je dit beekdal met een steile klim in oostelijke richting. Nadat je het hoogste punt hebt gepasseerd kom je in open weidegebied terecht en wandel je – uiteindelijk weer eens over asfalt – richting Manderfeld. Dit dorp beschikt over alle nodige faciliteiten – behalve weer die geldautomaat -, waaronder een camping, winkels en horeca-inrichtingen. Ook is hier de Sint Lambertuskerk, een gotische kerk, gebouwd rond een romaanse toren, met in de buurt een kruisweg uit 1765, gemaakt in rode zandsteen. Wil je hier een horecastop houden, dan dien je wel even af te wijken van de GR, want het hooggelegen dorpscentrum ligt 800 meter oostelijk van het sentier.

Weer terug op het officiële pad gaat het aanvankelijk opnieuw door open weidegebied. Na ongeveer een kilometer verandert het sentier in een immer afdalend bospad tot je uitkomt in het dalletje van de Medemderbach, waar je even zult vertoeven. Ook nu is het weer volop genieten van landschappelijke schoonheid in dit verlaten valleitje. Uiteindelijk kom je op een snel stijgend asfaltweggetje uit, dat je naar het alleraardigste dorpje Eimerscheid brengt. Al snel wordt het sentier opnieuw onverhard en wandel je, uiteindelijk over een graspad, opnieuw naar beneden het beboste dal van een nieuw beekje in, ditmaal de Herresbach. Opnieuw kom je in een schitterend valleitje terecht met enige woningen: Herresbachermühle. Via een asfaltweggetje steil omhoog bereik je na korte tijd het dorpje Herresbach, waar de (vakantie?)huizen ‘niet verkeerd’ zijn.

Helaas gaat het laatste deel van deze wandeldag vanaf hier, vier kilometer lang, grotendeels over een asfaltweggetje. Volgens de topogids heb je kort na Herresbach een van de prachtigste uitzichten van de Oostkantons, op het grensgebied met Duitsland en het uitgestrekte Eifelgebergte. Inderdaad mag het langdurig genoten uitzicht bijzonder imposant worden genoemd.

– Fraaie afdaling naar Schönberg –

De dag wordt afgesloten met een korte, maar zeer panoramieke, onverharde afdaling naar het vakantiedorpje Schönberg, in het dal van het riviertje de Our. Beneden bij de brug over Our aangekomen, vind je de camping ‘Waldecho’ door rechtsaf langs de autoweg naar Sankt Vith te lopen. Na zo’n 500 meter vind je verwijsborden naar de camping, die nog eens enige honderden meters verder ligt in de beslotenheid van een rivierdalletje. De camping wordt geleid door een goedlachse Vlaming en heeft aardige kampeerplaatsen op vlakke grasvelden, uitkijkend op een vijver en op het gezellige campingcafé.
Informatie van de campingeigenaar leert dat het met een goede stafkaart in de hand ook mogelijk is vrijwel onverhard van Herresbach naar de camping te lopen. Dat voor wie het eens anders wil doen. Men mist dan echter het genoemde schitterende uitzicht op Schönberg.

Dag 4: Van Schönberg naar Sankt Vith (14 km)

De laatste dag van je voettocht start in het dorpje Schönberg, aan de overkant van de Our. Opnieuw volg je de GR 56. Over een steil stijgend asfaltweggetje verlaat je het dorp. Al snel gaat het echter weer naar beneden, over een smal onverhard paadje het beboste beekdal van de Langenbach in. Je kruist het beekje en gaat weer omhoog het beekdal uit, op weg naar het hooggelegen dorpje Amelscheid. Ook na dit dorp blijf je nog even op de tijdelijk geasfalteerde GR 56. Je bent opnieuw op het plateau en kunt alweer genieten van vergezichten.
Het sentier dringt iets verderop opnieuw de bossen in en komt tenslotte uit op een schuine T-splitsing. Je volgt het officiële sentier naar links. Na een duidelijke bocht naar links in je pad, 250 meter verderop, neem je – afwijkend van de GR 56 en je ‘eigen route’ startend – het tweede bospad naar rechts. De stafkaart 1:25.000 geeft aan dat het hier Gross Bohlscheid heet. Wanneer je dit goed begaanbare bospad volgt, een eerste zijpad naar rechts negeert en bij een volgende kruising van bospaden schuin naar links gaat, kom je, na een S-bocht in het bospad op een langzaam dalend pad langs de bosrand uit. Ook hier is het landschap weer schitterend ! Wanneer je het pad blijft volgen, het dal van de Our in, kom je vanzelf bij de brug over de Our uit. Vandaar wandel je over een asfalt weggetje naar het gehucht Setz.

– Het riviertje de Our –

Met de voornoemde stafkaart 1:25.000 in de hand is het verder niet moeilijk om in je eindbestemming Sankt Vith terecht te komen. Je volgt eenvoudigweg het steil klimmende asfaltweggetje richting Setzerberg en wandelt recht op het grootse Sankt Vither Wald af. De laatste vijf kilometer van je vierdaagse voettocht voert door dit fraaie woud. De route is simpel: bij de eerste twee kruisingen van bospaden sla je telkens rechtsaf en vervolgens ga je alsmaar rechtdoor. Later krijg je op dit pad aardige doorkijkjes naar rechts voorgeschoteld, over een beekdal heen in de richting van het dorpje Wallerode. Je passeert een pas gebouwde blokhut en eindigt tenslotte op een asfaltweggetje in de buurt van een open plek aan de rand van het woud. Ook hier is er weer een prachtig vergezicht te bewonderen, nu in zuidelijke richting. In de verte loopt de autosnelweg naar Duitsland.

– Op weg naar Sankt Vith –

Tenslotte steek je, steeds maar rechtdoor gaand, over een bospaadje de Prümer Berg over en arriveer je in Sankt Vith. Wanneer je in de richting van de kerk blijft wandelen kom je vanzelf uit bij het busstation, waar – als het goed is – de bus naar Malmedy vertrekt. Aangezien dit dorp in de Tweede Wereldoorlog vrijwel geheel is verwoest, zul je er weinig ‘ouds’ aantreffen. De Büchelturm, een toren uit de middeleeuwse stadsmuur, is hierop een gerestaureerde uitzondering. Eethuisjes en café’s zijn er volop, zodat je als je wilt hier de goede afloop van je meerdaagse voettocht door de prachtige Belgische Oostkantons kunt vieren.

– – –

(copyright: JWE van de Poel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *