Noaberpad

We gaan weer eens op pad in ons eigen land ! Bij het plannen van een meerdaagse voettocht met rugzak en tent in Nederland bekruipt ons altijd weer de vrees dat de ondergrond van de wandelpaden op onze route voor een (te) groot deel zal bestaan uit asfalt en steen in plaats van zand, bosgrond en gras. Helaas geven de beschikbare stafkaarten en wandelgidsen daar in het algemeen onvoldoende duidelijkheid over. Soms valt het mee, soms valt het tegen. Op asfalt en steen wandelen, dat laten we graag over aan de Nijmeegse Vierdaagsewandelaars. Wij vertoeven liever op het onverharde pad in mooie natuur. Eigenlijk zouden we daar met sympathisanten in Nederland een Stichting voor moeten oprichten: de ‘Stichting tot instandhouding van het onverharde pad in Nederland’ (SIOP). Doel van de stichting onder meer: het bestrijden van de asfalteringsdrift van de Nederlandse dorpswethouders !
Voor deze vierdaagse voettocht kiezen we een ons nog onbekend langeafstandwandelpad, te weten het Noaberpad (LAW10). Dit ongeveer 360 kilometer lange pad voert – min of meer langs de Nederlands-Duitse grens; de rand van Nederland dus – van het Groningse dorp Nieuweschans naar de Duitse stad Emmerich aan de Rijn, niet ver van Nijmegen en Arnhem. Sinds een tijdje zijn Nederlanders en Duitsers weer goede buren, ‘noabers’, zoals ze in het oosten van ons land zeggen. Eén verklaring voor de naam van het pad. Maar de naam verwijst ook naar het noaberschap van alledag in de boerengemeenschappen aan weerszijden van de grens.

– Het Noaberpad biedt vaak weidse uitzichten –

Onze route voert ons van het spoorwegstation van het Twentse stadje Oldenzaal – waar wij een paar jaar geleden een voettocht van Salland naar Twente, deels over het Twentepad, beëindigden (zie de betreffende wandeling op deze website) – naar het spoorwegstation van het stadje Winterswijk in de Achterhoek. Een tocht van in totaal 74 kilometer door een interessant grensgebied. Interessant omdat de wereld aan beide kanten van de grens van oudsher een beetje ophoudt te bestaan – er werd traditioneel niet veel gebouwd en geïnvesteerd in de grensstreken –, maar ook omdat dit gedeelte van het Noaberpad is gezegend met een behoorlijk aantal fraaie natuurgebieden, waar je al wandelend doorheen komt. Meestal wandel je in Nederland, maar soms ook, flinke stukken, in Duitsland; zeker is dat op de derde wandeldag het geval.
Het Noaberpad, dat in het veld over het algemeen uitstekend wordt gemarkeerd, wordt in zijn geheel beschreven in een wandelgids van het Nederlands Instituut voor Volksontwikkeling en Natuurvriendenwerk (NIVON). Een prima wandelgids, want voorzien van uitvoerige toelichtingen en mooie in kleur gedrukte uitsneden van 1:25.000 stafkaarten. Voor het totaaloverzicht loont het een grotere 1:50.000 kaart mee te nemen. Wij liepen met een wandelgids uit 1995, hetgeen nauwelijks problemen gaf met betrekking tot wijzigingen in het parcours.
Wat betreft de kwaliteit van de wandelpaden op dit deel van het Noaberpad moet worden gezegd dat er toch nog best veel asfalt onder je voeten doorkomt. In de genoemde natuurgebieden zijn de paden veelal onverhard, de ‘tussenwegen’ zijn soms onverhard, maar vaak ook geasfalteerd. Vooral geldt dat op de tweede en zeker op de derde wandeldag. De eerste en laatste wandeldag verdienen zonder meer de goedkeuring van de SIOP.
Het aantal horecabedrijven op de route is zeer beperkt. Mogelijkheden om te foerageren zijn er eigenlijk ook niet, hooguit in Glanerbrug, einde eerste, begin tweede dag. En daar heb je waarschijnlijk niet veel aan. Je passeert sowieso maar weinig dorpen op dit gedeelte van het Noaberpad, en die dorpen beschikken niet over foodwinkels. Landschappelijk valt er echter meer dan voldoende te genieten, met als hoogtepunten zonder twijfel het Aamsveen, het Witte Veen, het Haaksbergerveen en het Zwillbrocker Venn.

– Het indrukwekkende Aamsveen –

Kamperen kun je onderweg desgewenst op campings – die niet altijd direct langs de route liggen – of bij het NIVON-natuurvriendenhuis Den Broam. Wij hebben ervoor gekozen de eerste en derde nacht bij particulieren om een kampeerplekje te vragen en de tweede nacht bij Den Broam te kamperen. Dat leverde in alle gevallen plezierige ontmoetingen op.
Met deze achtergrondkennis gewapend kunnen we nu echt op pad gaan.

Dag 1: Van Oldenzaal naar Glanerbrug (15 km)
Het aardige stadje Oldenzaal ligt zelf niet aan het Noaberpad. De tussenliggende vier kilometers zul je dus via een zelf gekozen route moeten overbruggen. Met de 1:50.000 topografische kaart van Twente in de hand is dat geen enkel probleem. Vanaf het treinstation loop je korte tijd in westelijke richting tot een onderdoorgang onder het spoor. Vervolgens neem je de eerste weg naar links naar een bedrijventerrein. Steeds rechtuit lopend kom je vanzelf bij een scherpe bocht naar rechts, waarna je langs de rand van de bebouwde kom van Oldenzaal komt te lopen. Opnieuw almaar rechtdoor lopend kom je al snel op een onverharde weg buiten de bebouwde kom terecht. Op een T-splitsing ga je naar rechts, richting de nabij gelegen autosnelweg. Het coulissenlandschap van het natuurgebied Boerskotten is al direct bijzonder fraai met zijn bossen en boerenhoeven in de kenmerkende Twentse bouwstijl. Bij een plek genaamd Fleerderhoek steek je via een viaduct de snelweg over. Daar waar de asfaltweg, waarop je je bevindt, naar links gaat wandel je schuin naar rechts een onverhard pad op. Je komt weer op een asfaltweggetje uit en je gaat naar links tot dat weggetje min of meer uitkomt op de nabijgelegen provinciale weg van Oldenzaal naar Losser. Je bent dan aangekomen op het Noaberpad.
De provinciale weg wordt overgestoken en een goede honderd meter naar links gevolgd. Dan gaat het over een onverhard pad naar rechts richting de Judithhoeve in het mooie natuurgebied De Snippert. Bij de boerderij, die een eenvoudige horecavoorziening heeft met zeer vriendelijke bediening, kun je desgewenst een eerste koffiestop houden. De kop van deze voettocht is er dan immers af.

– Bij de Judithhoeve serveert men ochtendkoffie –

Het Noaberpad gaat verder door het natuurgebied Oldenzaalsche Veen. Bos, een beetje heide en modderige paden – door bosbouwverkeer veroorzaakt (!) – daar wandel je zo’n zes fraaie onverharde kilometers doorheen. Onderweg kruis je even een provinciale weg, ditmaal die van Enschede naar Losser. Daar waar het bos ophoudt bevindt zich een kleine overdekte houten picknickplaats. Je kruist de Hoge Boekelweg en gaat over alweer een zandpad – de Bredelweg – verder in de richting van het einddoel van vandaag, het bij Enschede behorende dorp Glanerbrug. De uitzichten op het omringende boerenlandschap mogen er zijn. Wat een voorrecht om hier te mogen wonen! Een langs het pad liggend autokerkhof is minder aantrekkelijk.

– Het Noaberpad in de buurt van Glane –

Bij aankomst op de Glanerbrugdijk is het onverharde plezier tijdelijk over en volg je de geasfalteerde dijk naar rechts. Maar al na een kilometer mag je, linksaf gaand, opnieuw onverhard verder. Uiteindelijk passeer je over een smal onverhard pad de Duitse grens. Aan de overkant zie je achter het geboomte de gebouwen van het voormalige nonnenklooster Maria Vlucht (de rooms-katholieken mochten hun godsdienst vroeger in Nederland niet openlijk belijden; zie ook verderop in deze beschrijving) in de Duitse gemeente Glane.
Bij het voormalige klooster ga je naar rechts over een asfaltweggetje tot je aan je rechterhand een opvallend groot, op een klooster lijkend, gebouw ontwaart. Dat blijkt inmiddels een fraai kantoorgebouw te zijn. Je doet net of je daar naar binnen gaat, maar vlak vóór de ingang gaat het weer naar links, een onverhard pad op. Uiteindelijk wordt het pad weer asfalt en je bent in het Duitse buurtschap Am Glanerfeld. Vlak voor een bocht naar links troffen wij aan de rechterhand een fraai pand met bijbehorende schuur in de Twentse bouwstijl. Het behoort toe aan een vriendelijke Duitse architect die ons graag liet kamperen in zijn fraaie, uitgestrekte tuin (“Dat deden we vroeger zelf ook!”). Avondvermaak is in het nabijgelegen dorp Glanerbrug. Je kunt kiezen uit Duitse en Nederlandse horeca ! Daarvoor volg je het Noaberpad bij de spoorlijn naar links (de spoorwegovergang uit onze gids is inmiddels opgeheven en het Noaberpad is daarom enigszins omgeleid).

– Kamperen in de tuin van een Duitse architect –

Campingliefhebbers moeten bij Am Glanerfeld nog een paar kilometer doorlopen naar camping De Twentse Es, ten zuiden van Glanerbrug op ongeveer één kilometer van het Noaberpad. Maar dan wordt deze eerste wandel(mid)dag wel een heel stevige tippel!
Tenslotte is deze eerste wandeldag als ‘goed’ beoordeeld door de SIOP i.o.!

Dag 2: Van Glanerbrug naar Den Broam (21 km)
Vandaag volg je de gehele dag het officiële Noaberpad. Via het al genoemde omweggetje op Duits grondgebied bereik je na korte tijd de autoweg van Enschede naar Gronau, waar je rechtsaf naar de grens van Glanerbrug toeloopt. Vlak vóór de grens gaat het over een halfverhard pad naar links en je blijft nog even in Duitsland. Langs een tweetal hotels wandelend bereik je via een bruggetje over de Glanerbeek het vaderland weer.
Daar blijkt de route wel enigszins aangepast ten opzichte van onze wandelgids. Dat heeft te maken met de nieuwbouwwijk die hier intussen is verrezen. Over verharde en soms onverharde paadjes wandel je door deze nieuwe wijk van Glanerbrug; onderweg kun je een aardige studie maken van hedentijdse nieuwbouw-architectuur.
Uiteindelijk kom je op de geasfalteerde Broekheensweg uit, waar je, linksaf gaand, de bebouwde kom van Glanerbrug verlaat. Iets verderop gaat het over een smal onverhard pad naar rechts, maar dit is slechts een tijdelijk genoegen, want je zult nog enige kilometers over niet al te druk bereden asfalt moeten lopen op weg naar het eerste natuurgebied van vandaag, het Aamsveen. Onderweg passeer je over een viaduct de nog niet zo lang geleden aangelegde autoweg A35. De doorgaande Glanerbeekweg is daarvoor doormidden gesneden en afgesloten.
Na het passeren van de A35 bereik je het aardige gehucht ‘Het Spik’ en je bent dan niet ver meer van de ingang van het natuurreservaat Aamsveen. Dit natuurgebied – een hoogveencomlex met bossen, heide en moerassen – is zeker één van de landschappelijke hoogtepunten tijdens deze voettocht en misschien wel hét hoogtepunt. Het Noaberpad slingert met een ruime bocht door dit gebied, waarbij je ook een tijdje pal op de grens met Duitsland loopt. Dáár vind je ook de natste gedeelten van het parcours. De waterstand wordt in het Aamsveen hoog gehouden en als het dan ook nog eens flink geregend heeft, dan wordt het pad moeilijk begaanbaar. Avontuurlijk is het allemaal wél. Soms dringt een vergelijking met de Hautes Fagnes in België zich op!

– Lastige doortocht door het zompige Aamsveen –

Langs het pad zijn nogal wat informatieborden geplaatst, waarop je nuttige informatie over dit gebied kunt lezen. Onderweg passeer je nog een fors uitgevallen houten uitkijktoren, vanwaar je een fraai uitzicht hebt op het Aamsveen.
Te snel is het allemaal al weer voorbij en kom je terecht op de Horsterveldweg, in feite een fietspad door aantrekkelijk open akker- en weidegebied richting Enschede. Het fietspad is verhard maar er is genoeg wandelgras naast het pad en auto’s komen hier niet. Na het passeren van een boerderij verandert de Horsterveldweg enige tijd in een asfaltweggetje. Maar verderop, na passage van alweer een boerderij, wordt het pad weer half verhard tot in de bebouwde kom van Enschede.
Het met flats gevulde buitenwijkje laat je al spoedig achter je en na het kruisen van een autoweg wandel je een nieuw natuurgebied in: het bosrijke landgoed Smalenbroek. Nabij een vijver vind je een paar rustbankjes en je hebt uitzicht op een heel fraai en oud woonhuis aan de overkant van het water.

– Het landgoed Smalenbroek –

Dan gaat het, kris kras onverhard wandelend door bos en weiden, verder richting, alweer, de grens met Duitsland. Helaas heeft de plaatselijke politiek besloten om ook in dit aan de rand van ons land gelegen gebied weer het (on)nodige asfalt aan te leggen. Het boerenlandschap waar je doorheen wandelt blijft echter onverminderd fraai. Bij de Duitse grens aangekomen wordt het pad weer halfverhard en spoedig bereik je het prachtige natuurreservaat Witte Veen. Ook hier weer bos, heide, moerassen, veengaten en zo hier en daar een prachtig ven. In het gebied grazen imposante Schotse hooglanders. Verderop slingert het Noaberpad zich door fraaie, met rododrendons gevulde bossen. Daar waar de ondergrond te nat kan worden zijn comfortabele vlonderpaden aangelegd.

– Vlonderpaadje in het Witte Veen –

Langzaam maar zeker kom je, nabij het Duitse plaatsje Haarmühle, in het stroomgebied van de door de bossen meanderende Buurser Beek. Vanaf hoogten zie je de beek beneden je soms met een opvallende snelheid stromen. Al met al een onverwacht fraai stukje Nederland. Bij een asfaltweg aangekomen ben je niet ver meer van het eindpunt van deze dag. Het Nivon-natuurvriendenhuis Den Broam beschikt over twee mooie kampeerweiden. Sanitaire faciliteiten vind je in het huis en er is ook een soort ‘schutzhütte’ met barbecue-mogelijkheid. Het aanschaffen van een (alcoholisch) drankje is er geen probleem.
Onze gastheer was in feestelijke stemming, hetgeen ons verblijf in Den Broam er alleen nog maar aangenamer op maakte. De SIOP-beoordeling vandaag is ‘ruim voldoende’.

Dag 3: Van Den Broam naar Zwillbrocker Venn (23 km)
Vandaag verblijf je een groot deel van de dag op Duits grondgebied. Onderweg doe je opnieuw een paar interessante natuurgebieden aan met leuke onverharde paadjes. Helaas worden deze natuurgebieden in de meeste gevallen verbonden door asfaltweggetjes. Die Duitse wethouders weten kennelijk ook van asfalteren! De aanleg van zo’n weggetje schijnt zo’n € 40,- de vierkante meter te kosten en al wandelend vraag je je onwillekeurig af, waarom al dat geld is besteed voor slechts een enkele aanwonende agrariër, die ook prima over onverharde paden kan rijden. Een ander verschil met de dag van gisteren is dat de route wat vaker over langgerekte wegen gaat door een weids decor van akkers en weilanden. Hier geen intiem coulissenlandschap meer. Maar desondanks is er onderweg nog heel wat fraais te zien.
Het asfalt begint eigenlijk al bij het verlaten van het natuurvriendenhuis Den Broam. Pas bij het bereiken van de grens met Duitsland, een paar kilometer verderop, krijg je weer onverharde ondergrond onder je voeten. Bij een boerderij op de grens ga je rechtsaf en er volgt een smal paadje tussen maïsvelden. De maïskolven links zijn Duits, de maïskolven rechts zijn Nederlands. Al snel gaat het linksaf het bos in van het Duitse natuurreservaat Lüntener Fischteich. Uiteindelijk kom je terecht op een kennelijk nog niet zo lang geleden aangelegd vlonderpad, dat je naar een in het bos verscholen ven brengt. Zeker in de vroege ochtend is het hier prachtig stil en verlaten.

– Het verstilde Lüntener Fischteich –

Je vervolgt de wandeling door het fraaie bos en komt heel even op een asfaltweggetje terecht. Bij een informatiebord over dit gebied sla je linksaf en je volgt – eigenlijk pal op de grens – een smal Duits bospaadje. Iets verder naar rechts kun je desgewenst ook over een parallel Nederlands karrespoor gaan lopen, maar het Duitse paadje is wel zo aardig. Bij opnieuw een informatiebord ga je rechtsaf en je komt terecht bij een moderne picknickplaats op Nederlands grondgebied aan de rand van het bos.
Onze wandelgids en de markering ter plaatse geven aan dat het Noaberpad zijn weg vervolgt op Duits grondgebied, maar wij kiezen ervoor tijdelijk een op het oog interessantere route te gaan volgen door het Nederlandse natuurreservaat Haaksbergerveen. Deze variant loopt een stukje over het Trekvogelpad, dat van Bergen aan Zee naar Enschede gaat.
Bij de picknickplaats linksaf gaand volg je een onverhard pad dat al snel naar rechts afbuigt om uiteindelijk op een asfaltweggetje uit te komen. Het heet hier Siberië, maar dat is overdreven als je het lieflijke landschap om je heen bekijkt. Twee keer linksaf en je kunt het asfalt, naar rechts toe, al weer verlaten om, in de buurt van een groot ven, je tocht door het Haaksbergerveen te beginnen. Helaas, het moet gezegd, het natuurreservaat ziet er wat verwaarloosd uit. Veel grassen en boompjes en weinig zicht op heide en vennen, zoals het op de kaart leek. Maar indrukwekkend uitgestrekt is het allemaal wel.
Het is natuurlijk de bedoeling om weer terug te komen op het Noaberpad. Daarvoor zul je zelf wat moeten navigeren richting het Ammeloer Venn in Duitsland. Op een gegeven moment passeer je aan je linkerhand, vlakbij het pad, een paar pittoresk in de ruige natuur verscholen vennen. Kort daarop komt er van rechts een fiets- annex wandelpad, de Veenweg. Daar ga je nog even rechtdoor, totdat je op een driesprong in het bos uitkomt, waar je scherp naar links kunt gaan over een van wandelmarkering voorziene grasbaan. Je komt nu terecht in een zeer aantrekkelijk moerasbos. Op een T-splitsing in het bos ga je rechtsaf en je kronkelt nog enige tijd verder door het zompige woud tot je vanzelf bij een houten bruggetje arriveert, dat de grens vormt tussen Nederland en Duitsland. Je treft hier een welkom rustbankje aan met uitzicht op Duits weide- en akkerland.

– Moerasbos in het Haaksbergerveen –

Al snel ben je weer terug op het Noaberpad, dat nu van links komt. En ja … daar begint het eindeloze asfalt weer! Na een half uurtje lopen kom je in het grensgehucht Oldenkott, waar je diverse horecabedrijven vindt, zowel op Duits als op Nederlands grondgebied. Wij prefereerden een Duitse Kneipe, tegenover de aardig uitziende dorpskerk. Op die plek stond vroeger een kerk voor rooms-katholieken die in eigen land hun godsdienst niet mochten uitoefenen.

– Het kerkje van Oldenkott –

We blijven op Duitse geasfalteerde paadjes en steken de gekanaliseerde beek de Berkel over. Al spoedig bereik je de grens met Nederland en iets verderop, zo ongeveer bij grenspaal 818, houdt het asfalt dan eindelijk op. Het weidse landschap om je heen bestaat al enige tijd uit uitgestrekte akkers en weiden. Niet onaangenaam om doorheen te wandelen, maar héél boeiend en afwisselend is het nu ook weer niet.
Na het passeren van boerderij Donnerburg kom je opnieuw op asfalt terecht, maar dit keer maar voor korte tijd. Rechtdoor wandelend bereik je het Krosewicker Grenzwald, een smal, nat natuurgebied met stilstaande watertjes. Een aardige onverharde onderbreking op weg naar het voorlopige einddoel van vandaag, het Duitse dorpje Zwillbrock. Maar voor je daar bent krijg je helaas weer enige kilometers asfalt voor je voeten. Gelukkig kun je hier en daar van grasrijke bermen profiteren. Het landschap blijft onverminderd hetzelfde. Uitgestrekt agrarisch landschap met zo hier en daar een plukje bosachtige begroeiing.

– Sint Franciscuskerk in Zwillbrock –

Zwillbrock is een Duits dorpje dat nogal wat toeristen trekt, vooral vanwege het nabij gelegen natuurreservaat Zwillbrocker Venn, waar zelfs een kolonie flamingo’s huist! Ook beschikt het dorp over een eeuwenoude fraaie, barokke, Sint Franciscuskerk. Net als Oldenkott en Glane was ook Zwillbrock vroeger een toevluchtsoord voor praktiserende rooms-katholieken. Horeca is er in voldoende mate aanwezig.
Als je op een camping wilt kamperen, zul je in Zwillbrock even de grens over moeten wippen naar camping De Goede Hoop. Wij kozen voor een plaats ‘in het wild’ in de omgeving van het Zwillbrocker Venn. Het Noaberpad gaat, uiteraard onverhard, door het natuurreservaat en je krijgt mooie uitzichten op het omvangrijke ven, waarop je waarschijnlijk wel allerlei vogels zult zien, maar géén flamingo’s, want die zitten samen een eind verderop, ver van de bewoonde wereld en de Noaberpad-wandelaars. Maar misschien heb je geluk, of een verrekijker !

– Het fraaie Zwillbrocker Venn –

Kamperen in een natuurreservaat is not done, dus wij zetten koers naar Nederlands grondgebied, te weten de uitspanning Haak en Hoek. Vanaf het Zwillbrocker Venn loopt er een klein kronkelend bospaadje naar toe, aangegeven door een wegwijzer. De vriendelijke uitbaatster van dit café-restaurant bleek bereid om onze tentjes voor één nacht toe te laten op haar achtererf (“Nog nooit gedaan!”). En toen werd het toch nog gezellig in het café, dat vroeger ook bij smokkelaars en ander gespuis een goede naam had! Maar al met al kon deze wandeldag niét de goedkeuring krijgen van de SIOP!

Dag 4: Van Zwillbrocker Venn naar Winterswijk (15 km)
De laatste dag van deze voettocht over het Noaberpad gaat weer geheel over Nederlands grondgebied, over veelal onverharde paden. Dat begint al meteen bij het verlaten van Haak en Hoek over de Hegemansweg. Een weg zoals het eigenlijk overal zou moeten zijn: een met grote bomen omrande zandweg door het aantrekkelijke agrarische landschap van de Achterhoek, waar je inmiddels bent aangekomen. Je passeert het aardige dorpje Zwolle, waar je desgewenst een leuk familieweekend kunt vieren. Over een smal en onverhard kronkelpaadje bereik je vanuit Zwolle de rechteroever van het riviertje de Groenlose Slinge, meestal kortweg Slinge genoemd. Het Noaberpad volgt de oever van dit slingerende riviertje richting het einddoel van deze tocht: het stadje Winterswijk. Je loopt voortdurend op ruig gras en het parcours is minder saai dan het in eerste instantie op kaart lijkt. Af en toe zijn er stuwtjes te zien, want de Slinge is er ook voor de waterafvoer van deze regio. Links en rechts zijn er soms kleine bospartijen, die het omringende landschap een extra aantrekkelijk accent geven. En natuurlijk kun je genieten van de fauna die altijd op de Slinge aanwezig is.

– De Groenlose Slinge –

Op een gegeven moment verwissel je de rechteroever tijdelijk voor de linkeroever, alwaar zich een met veel struikgewas omgeven smal wandelpad bevindt. Heel leuk allemaal, zelfs als het regent !
Daar waar de Beurzerbeek in de Slinge uitkomt volg je het pad langs de eerstgenoemde beek, waarbij je kunt kiezen tussen de grasbaan of een op de dijk aangelegd smal verhard fietspaadje. Handig als het slecht weer is!
Uiteindelijk kom je uit op de geasfalteerde autoweg tussen het dorp Meddo en Winterswijk. Daar ga je naar rechts en je treedt binnen in het aantrekkelijke, beekrijke coulissenlandschap van de Achterhoek. De route gaat al snel weer onverhard verder over de langgerekte, met bomen omzoomde, paden van het Karkepad en de Ravenhorsterweg naar de bebouwde kom van Winterswijk. Het is hier echt bijzonder fraai! Vlak vóór Winterswijk missen we een routepaaltje, waardoor we over de onverharde Ravenhorsterweg doorlopen tot in de buitenwijken van Winterswijk. Op zich niet verkeerd, want meestal zijn alle weggetjes rond een grotere plaats intussen wel geasfalteerd ! Als je de echte route van het Noaberpad blijft volgen wandel je langs een beek tot in het centrum van Winterswijk. Kortom, deze gehele dag is met stip goedgekeurd door de SIOP.
Rond de imposante Jacobskerk – in het centrum van het stadje – vind je voldoende horecabedrijven om deze, al met al aantrekkelijke, vierdaagse voettocht langs de rand van Nederland in Achterhoekse stijl af te sluiten. Het treinstation van Winterswijk is vanaf de Markt niet ver meer en je kunt daar de definitieve thuisreis aanvaarden.

– – –

(copyright: JWE van de Poel)