Ötztaler Alpen (1)

Na 39 wandelingen met rugzak en tent door de Benelux, Duitsland en Engeland wordt mijn 40e wandeling – een ‘jubileumwandeling‘ dus – gevierd met, merkwaardig genoeg, een wandeling die geheel afwijkt van het beproefde concept. We maken in de maand september een zesdaagse huttentocht door de Ötztaler Alpen in Oostenrijk. Vooraf moet worden opgemerkt dat het hooggebergte de meesten van ons niet helemaal vreemd is. In het verleden hebben we regelmatig bewandelbare alpentoppen ‘bedwongen’ tijdens eendaagse wandelingen in de zomervakantie. Ook hebben we een keer een tweedaagse huttentocht gemaakt in de Italiaanse Dolomieten, eveneens in de zomer. Maar een tocht als deze heeft nog niet eerder op ons wandelprogramma gestaan.

– In de Ötztaler Alpen kun je alle kanten op –

Vooraf hebben we thuis een route uitgestippeld met behulp van onder meer het ‘Wanderbuch Ötztal mit Wanderkarte’ en de betreffende 1:25.000-stafkaarten (‘Alpenvereinskarten’). In de Ötztaler Alpen zijn tamelijk veel berghutten. Ook de bergpaden die deze hutten met elkaar verbinden zijn voor ‘nicht geübte’ goed te doen. Kortom, het is niet al te moeilijk een prachtige zesdaagse tocht door de Ötztaler Alpen uit te stippelen. Er kunnen zelfs alternatieven worden ingebouwd voor het geval er tijdens de tocht iets niet goed gaat, bijvoorbeeld onverwacht slecht weer of lichamelijke problemen bij de wandelaars.

Een goede voorbereiding voor een dergelijke tocht is – niet overdreven gezegd – van levensbelang ! Vrijwel de gehele voettocht speelt zich af op hoogten tussen de 2000 en 3000 meter, echt hooggebergte dus. En het is bekend … het weer in de Alpen is vaak onvoorspelbaar. Op deze medio september gehouden zesdaagse krijgen we met alle mogelijke in het hooggebergte voorkomende weertypen te maken: regen, wind, zon, mist en zelfs sneeuw ! Alleen onweer blijft ons – gelukkig – bespaard en dat is maar goed ook, want veel schuilmogelijkheden zijn er niet op het door ons uitgestippelde, vrijwel boomloze parcours.

– De imponerende top van de Similaun –

Thuis hebben we alle hutten die we met een bezoek denken te vereren voor alle zekerheid nog even opgebeld. We wilden weten of de betreffende hutten nog geopend zijn en of het verantwoord is om in deze tijd een meerdaagse huttentocht te maken. De zonder uitzondering positieve antwoorden op deze vragen zetten de laatste psychische belemmeringen voor ons opzij.

De huttentocht start en eindigt in het toeristenplaatsje Sölden, waar je zelfs in de zomer nog kunt skiën. Het is verstandig de eerste en laatste nacht van de tocht hier in een Gasthof door te brengen.

Dag 1: Van Sölden naar de Breslauerhütte (2844 meter)

Zo’n eerste dag in het hooggebergte moet je – zo weten we – rustig aandoen. Wennen aan de grote hoogte, de ijle lucht en de bijbehorende inspanningen. Daarom voor deze dag maar een op het oog niet al te moeilijke tocht uitgestippeld. Einddoel is de op 2844 meter hoogte gelegen Breslauerhütte. Er rijdt een bus van Sölden naar de Tiefenbachferner (‘ferner’ is het Oostenrijkse woord voor ‘gletsjer’). Die gletsjer ligt op ruim 2700 meter hoogte en de stafkaart geeft aan dat we via een ‘höhenweg’ tot vlak onder de Breslauerhütte kunnen komen. Voor de wandeling van de Tiefenbachferner naar het hoog in het Ötztal gelegen dorpje Vent (1900 meter) over de (ongenummerde) Venter Höhenweg staat volgens het wanderbuch 4 uur. Thuis berekenen we daarom voor onze tocht naar de Breslauerhütte ‘voor de zekerheid’ zo’n 5 à 6 uur, inclusief pauzes.

– Regen op de Venter Höhenweg –

Dat plan mislukt helaas volledig. Niet alleen zit het weer aanvankelijk tegen. Bij vertrek vanaf de Tiefenbachferner regent het en de temperatuur is maar net boven het vriespunt ! Maar ook blijkt zo ongeveer halverwege onze dagtocht – ongeveer twee kilometer na de passage van de Weisskar – een soort plateau -, iets voor het beekje Koner Rinne – de geplande, op de Venter Höhenweg aansluitende, höhenweg in alle redelijkheid niet meer begaanbaar te zijn. Daarom zijn we genoodzaakt over de Venter Höhenweg naar beneden te lopen, richting Vent, tot we stuiten op het weggetje naar het bergstation van de stoeltjeslift van Vent naar Stablein (2356 meter).

– De zon breekt gelukkig een beetje door –

Bij het bergstation aangekomen zijn we allemaal al behoorlijk moe, blijkt het bergrestaurant gesloten te zijn – en kan dus ook geen water worden getapt – en wacht ons nog een klim (wanderweg nr. 919), waarin bijna 500 meter hoogteverschil moet worden overbrugd ! Voor een eerste dag is dit alles – achteraf gezien – voor ongeoefende en niet aan grote hoogte gewende bergwandelaars teveel van het goede. Met veel inspanning en korte rustpauzes – zeg maar ‘hijgpauzes’ – hebben we desondanks de klus weten te klaren, maar echt genieten was het bepaald niet. Een plotselinge landing van een helikopter op een bergweitje halverwege de klim – op zoek naar een paar verdwaalde bergbeklimmers; wij dachten aanvankelijk naar ons ! – deed de spanning verder toenemen. De snel invallende schemering maakte de sfeer in de groep er ook niet beter op. Gelukkig zijn alle ongemakken weer snel vergeten, wanneer we in het halfduister – zonder ongelukken – de warme Breslauerhütte bereiken, waar een prima maaltijd wordt geserveerd.

– Breslauer Hütte –

Uiteraard kan deze dag al van veel natuurschoon worden genoten. De genoemde busreis van Sölden naar de gletsjer is op zich al een spectaculaire belevenis, óók bij nevelachtig weer. Boven passeren we maar liefst twee gletsjers: eerst de Rettenbachferner en vervolgens – na door een lange tunnel te zijn gereden – de Tiefenbachferner.
Het pad naar Vent wordt normaliter redelijk intensief bewandeld, omdat het deel uitmaakt van een fraaie dagtrip. Vandaag – met alle wolkenflarden, regen en ijskoude temperaturen – zijn we vrijwel alleen. Weliswaar laat het uitzicht te wensen over, maar de slechte weersomstandigheden geven de eerste kilometers van onze tocht een niet onwelkom ruig karakter. Volgens het wanderbuch is dit pad ‘mittelschwer (trittsicherheit erforderlich)’, maar wij vinden het nogal meevallen.

Dag 2: Van de Breslauerhütte naar het Hochjoch Hospiz (2472 meter)

– Ochtend uitzicht bij de Breslauer Hütte –

Vandaag is het gelukkig fraai weer. Buiten op de berg waait het flink. We zijn diep onder de indruk van de fraaie vergezichten op de ons omringende Ötztaler Alpen. Beneden ons zien we de eerste wandelaars reeds vanuit Vent omhoog komen over het parcours waar we gisteravond zo hebben geleden. Het is dan ook even slikken als die wandelaars even later echte bergbeklimmers blijken te zijn, die vandaag nog de Wildspitze gaan beklimmen. Die Wildspitze is met 3768m de hoogste berg van Tirol en is maar enige tientallen meters lager dan de hoogste Oostenrijkse berg: de Grossglockner.

– Uitzicht op het Wildspitze massief –

We volgen opnieuw wanderweg 919, hier bijgenaamd de Seufertweg; schwierigkeitsgrad: leicht. En dat mag ook wel na alle inspanningen van gisteren. Het stenige, maar goed beloopbare, bergpad doorkruist het ‘maanlandschap’ van de Mitterkar. Al snel ontwaren we de top van de Wildspitze. Dat ziet er goed uit !

We lopen onder de materiaallift van de Vernagthütte (2755 meter) door. Die hut ligt niet op ons pad. Voor een luxe koffiepauze in de hut moeten we een korte doch stevige klim maken. Gelet op onze conditie doen we dat maar niet. Het uitzicht op de Vernagthütte, aan de overkant van het zijdal dat wordt gevormd door de Vernagt-Bach, vinden we wel mooi genoeg. Nog twee keer lopen we onder de materiaallift door en dan bereiken we de ‘afslag’ naar de hut. Die bewaren we dus maar voor een volgende keer !
Wanderweg 919 blijft heerlijk horizontaal lopen richting ons volgende doel: het Hochjoch Hospiz. De bergen en gletsjers ogen vandaag bijzonder fraai met die zon er bovenop ! We moeten oppassen dat we niet verbranden, want ondanks (of dankzij ?) de harde en frisse wind kan dat gemakkelijk gebeuren. Het pad draait en we komen op terrein waar zowaar weer wat gras groeit. Dan zien we in de diepe verte de majestueuze Hintereisferner, zoals het hoort uitgerust met een perfecte ‘gletsjerpoort’. Een mooi punt voor een lunchpauze te velde op het kruispunt van Wanderweg 919 en Fernwanderweg 902.

– De fraaie Hintereisferner –

Helaas blijkt een tochtgenoot intussen enige problemen te krijgen met zijn knie. Daar moet straks in het Hochjoch Hospiz, die nu niet meer zover kan zijn, maar eens verder naar worden gekeken. De Hospiz … hij is er wel, maar je ziet hem niet. Pas na een knie-onvriendelijke steile afdaling krijgen we de niet zo grote berghut, eenzaam gelegen op de bergflank, in het vizier.

– Het Hochjoch Hospiz –

Ons aanvankelijke plan om vandaag nog zo’n drie uur door te lopen naar de op Italiaans grondgebied gelegen berghut Schöne Aussicht, op zijn Italiaans Rifugio Bellavista geheten, laten we na groepsberaad maar varen. Het was vandaag een schitterende bergtocht en dat willen we graag zo houden. Krijgt die knie nog kans om te genezen. Bovendien smaakt het bier ook op deze hoogte best.

Dag 3: Van het Hochjoch Hospiz naar de Schöne Aussicht Hütte (2842 meter) v.v.

Het was ons plan om via de Schöne Aussicht Hütte Italië in te wandelen en vervolgens via de – vanuit Oostenrijk gezien – ‘achterkant’ naar de eveneens op Italiaans grondgebied liggende Similaun Hütte te klimmen. Tijdens avondlijk beraad in de gelagkamer van het Hochjoch Hospiz laten we dit idee maar varen. Dat wordt waarschijnlijk te heftig op één dag en er zijn redelijke alternatieven. Omdat het gebied rond de Schöne Aussicht Hütte er gisteren bij zonneschijn fraai uitzag, besluiten we één dag extra in het Hochjoch Hospiz te blijven en met aangepaste bagage een dagtocht op en neer te maken naar Bellavista.

– Lastige afdaling van het Hochjoch Hospiz –

’s Ochtends is het opnieuw fraai weer en we gaan goedgemutst op pad naar Italië. Eerst dalen we over een steil en soms lastig beloopbaar bergpaadje zo’n 120 hoogtemeters af in het dal van de Rofen Ache. Aan de overzijde volgt een stevige slingerklim met haardspelbochten, waar wandelaars gisteren – gezien vanuit onze hut – ongeveer 20 minuten voor nodig hadden. We doen het vrijwel even snel. Hoe nietig lijkt nu reeds het Hochjoch Hospiz! Vanaf hier is het rechttoe rechtaan naar Schöne Aussicht.

– Een ‘steenmannetje’ wijst je de weg in de Alpen –

Beloofde padkwaliteit: ‘leicht’. De schrijvers van ons wanderbuch moeten hun huiswerk maar eens overdoen. In het begin gaat het allemaal nog wel, maar spoedig volgt een kilometerslange, niet al te steile, doch gestadige klim over rotsblokken en -blokjes. Echt prettig loopt dat niet ! Het uitzicht mag er daarentegen zijn. Tegen de blauwe lucht steekt de steeds dichterbij komende Hochjochferner fraai af. We krijgen zelfs zomerskiërs in het vizier !

– De grootse Hochjochferner, waarop ook in de zomer wordt geskied –

Langzaam maar zeker naderen we Italië, maar we moeten helaas waarnemen dat het weer omslaat. Vanuit Italië drijven wolkenvelden binnen en dat is nog niet eens het ergste. We zien het berglandschap vóór ons geleidelijk verdwijnen in de mist ! Bij de passage van de staatsgrens – keurig door een bordje aangegeven ! – zien we al bitter weinig meer. We houden de rode merktekens en de stafkaart goed in de gaten en opeens doemt “Schöne Aussicht” voor ons op. In deze mist zie je de hut pas als je er vlak vóór staat.

– “Schöne Aussicht” –

Na in de hut van een prima lunch te hebben genoten – de huttenbaas biedt zijn excuses aan voor het mankerende uitzicht en deelt en passant mee dat morgen in deze contreien 20 centimeter sneeuw wordt verwacht (!) – beginnen we aan onze terugtocht, over hetzelfde parcours. Het valt even niet mee in de dichte mist het juiste pad te vinden, maar al snel liggen we weer op de goede, dus dalende koers. Het is grappig om te zien hoe we, onder de laaghangende wolken door, beetje bij beetje weer uitzicht krijgen op de in de diepte gelegen gletsjer. Een paar leden van onze groep wagen het erop en dalen over een puinhelling af naar de gletsjer om een stukje over het ijs te wandelen. De rest wandelt boven door.

En dan hebben we de mist boven ons gelaten en is er weer vrij uitzicht richting Oostenrijk. Daar is opnieuw die vervelende rotsblokkenpassage ! De zere knie krijgt het weer zwaar te verduren en ook andere knieën laten zich zo langzamerhand voelen. Daarom maar rustig en weloverwogen over het gesteente heen.

Weer terug in het Hochjoch Hospiz besluiten we de volgende dag naar de Martin Busch Hütte te lopen. Er zijn twee mogelijkheden. De ‘makkelijke’ route voert over het dorpje Vent. De moeilijke route gaat over de Saykogel. Wij achten deze kogel – 3360m hoog – voor ons in deze omstandigheden te hoog gegrepen. De huttenbaas verzekert ons dat dat best meevalt. Er zijn geen enge rotsrichels en de passage over het gletsjerijs is niet gevaarlijk. Dat hadden we inderdaad ook gehoord van andere bergwandelaars in de hut. De huttenbaas vindt dat je in deze omgeving niet alleen moet wandelen, maar ook moet klimmen ! En het zal pas ’s avonds gaan sneeuwen, aldus de ervaren huttenbaas. Maar de minder goede weersverwachting doet ons toch voor de makkelijke route kiezen. We willen niet onnodig risico’s lopen. Ook de Saykogel bewaren we dus maar voor een volgende keer.

Dag 4: Van het Hochjoch Hospiz naar de Martin Busch Hütte (2501 meter)

Vanaf het Hochjoch Hospiz volgen we Fernwanderweg 902 door het dal van de Rofen Ache naar Vent. De hemel is zwaar bewolkt, maar het is gelukkig droog. Langzaam dalend lopen we het steeds nauwer wordende beekdal in.

– De fraaie kloof van de Rofen Ache –

Aangestaard door enige schapen passeren we het wilde zijdal van de Vernagt Bach. En dan komen we in een uiterst fraaie kloof terecht. Diep beneden ons raast de Rofen Ache. Ons pad klimt een weinig en is hier en daar van een – ons inziens overbodige – zekering voorzien. We hebben intussen wel ‘engere’ paadjes gehad zónder zekering !
Na het verlaten van de kloof komen we weer een beetje onder de mensen. We betreden het erf van de Rofenhöfe, de hoogst gelegen boerderij van Oostenrijk op iets meer dan 2000 meter. Iets verderop is een kleine nederzetting met onder meer een klein kapelletje en een welkome Gasthof.
Tijdens onze koffiepauze begint het buiten flink te regenen, maar bij ons vertrek is het alweer opgeklaard. Er is nu zelfs blauwe lucht te zien.

– De hangbrug over de Rofen Ache –

We steken de Rofen Ache over via een spectaculaire, degelijk uitziende hangbrug en wandelen door een almengebied richting Vent. Het uitzicht op het dorp en omgeving mag er zijn, maar we moeten hier nog niet naar toe. Eerst moeten we nog naar 3000 meter !

– Uitzicht op Vent –

Een steil klimmend, maar gemakkelijk begaanbaar bergpad (Wanderweg 923) voert ons het zonnige dal van de Spiegel Ache, later Niedertaler Ache genoemd, in. Zouden we geluk hebben en zou het slechte weer uitblijven ? Het pad is langgerekt en over vele kilometers zichtbaar. Het natuurschoon van de omringende bergen maakt dat het desondanks zeker geen saai pad is. Het pad stijgt geleidelijk, dus we wandelen hier zeer comfortabel. In de verte is de witte, 3607m hoge, berg Similaun, die dit dal op schitterende wijze afsluit, soms door de wolken heen al een beetje zichtbaar.
Maar dan helaas, helaas ! Het lijkt er opeens op alsof we worden achtervolgd door vanuit Vent komende wolken ! De temperatuur daalt en langzaam maar zeker verdwijnt het zicht.

– Het slechte weer haalt ons vanuit Vent in –

Daar waar het pad in een eindsprint naar de Martin Busch Hütte opeens flink gaat stijgen, verdwijnen wij in de mist in een wereld die tijdelijk uit niet meer bestaat dan een bochtig pad en rotswanden aan de rechterhand. Voor de tweede keer deze tocht moet de regenkleding aan. Bocht na bocht gaat voorbij zonder berghut ! Heel af en toe komt een einsamer Wanderer naar beneden. Zoals altijd wordt er gegroet met ‘Grüss Gott’; leuk om te zien dat mensen ook tijdens barre weersomstandigheden galant blijven.
Het lijkt hier wel Schöne Aussicht, want ook de Martin Busch Hütte (2501 meter) laat zich pas aan de passerende wandelaar zien, als hij er vlak voor staat. De grote ‘verrassing’ komt echter pas ’s avonds om een uur of half tien. Het begint echt flink te sneeuwen ! En dat half september ! Had de meteo toch gelijk !

Dag 5: Van de Martin Busch Hütte naar de Similaunhütte (3019 meter)

’s Ochtends is het nog steeds bewolkt en mistig en er blijkt ’s nachts ongeveer 10 centimeter sneeuw te zijn gevallen. We zijn opeens in Winter Wonderland beland ! Na het onvermijdelijke sneeuwballengooien moeten we ons volgende probleem onder ogen zien. Is ons plan van vandaag, een niet al te lange klim naar de op meer dan 3000 meter hoogte liggende Similaun Hütte, wel verantwoord ? Door de sneeuw en de mist kunnen we immers de wegwijzende rode verfstrepen niet meer zien ! En we moeten ook nog over een, gelukkig spleetvrije, gletsjer heen ! Een blik in het huttenboek leert dat er desondanks al diverse mensen op weg zijn gegaan naar die hut. We besluiten dan ook om deze ‘professionals’ achterna te gaan.

– Vertrek in de sneeuw vanuit de Martin Busch Hütte –

Het spoor van de dapperen vóór ons is gemakkelijk te volgen. Het is bijzonder ruig hier ! Van het omliggende berglandschap zien we vrijwel niets en ons stenige, maar gelukkig redelijk beloopbare pad slingert door de witte mist en sneeuw. Een gevoel van verlatenheid overvalt ons. Het is dat we weten dat er vóór en achter ons ook nog ergens mensen moeten lopen, maar anders …
Opeens zien we links van ons een besneeuwde ijsmassa opdoemen: de Niederjochferner ! Daar moeten we overheen ! De sneeuwlaag is op deze hoogte intussen al zo’n 20 centimeter dik geworden. We zien dat diepe voetsporen de gletsjer betreden. Vol vertrouwen volgen wij. Na korte tijd resten ons op aarde alleen nog maar sneeuw, ijs en wij ! De camera’s gaan in de aanslag voor wat ‘heftige’ foto’s.

– Op de mistige Niederjochferner met tijdelijk wat beter zicht –

De voetsporen bereiken de rand van de gletsjer en we stoten tegen de rotsige dalwand aan. We klimmen door de sneeuw naar grotere hoogte tussen grote rotsblokken door. Het zicht blijft uiterst beroerd. Maar daarom niet getreurd … het is eigenlijk best wel spannend zo !

En dan opeens lopen we onder de bruine, doch beijsde Similaun Hütte, die wat ons betreft in deze conditie meer weg heeft van ‘t Behouden Huys op Nova Zembla. We hebben de 3000 meter-grens gepasseerd ! Een nieuwe mijlpaal op deze zesdaagse voettocht ! En we zijn weer in Italië.

– De Similaun Hütte in zicht –

Niet ver van de Similaun Hütte is de vindplaats (‘Fundstelle’) van Ötzi, Der Mann aus dem Eis. Die plek ligt op ruim 3200 meter, iets minder dan één uur gaans via een gezekerd pad. Omdat we redelijk vroeg zijn gearriveerd, lijkt ons dat een aardig tijdverdrijf voor de middag; Schwierigkeitsgrad: mittelschwer. We proberen het en worden vrijwel onmiddellijk met een zeer steile klim geconfronteerd over een dik besneeuwd rotsblokkenveld. De helft van onze groep geeft het al snel op en gaat terug. Met de andere helft gaan we nog een stuk verder. We doen uitermate voorzichtig en overwegen elke stap. Het lukt en we maken hoogte. Op zich is dit ook weer een avontuur ! We arriveren op een smalle graad en kijken links en rechts de diepte in. Even lijkt het of de zon toch nog doorkomt en we zien zelfs even de Vernagt Stausee in Italië liggen. Maar de ‘opklaring’ is van korte duur en we besluiten dat verder gaan niet echt verstandig is. Het pad lijkt trouwens ook al een beetje omlaag te gaan, dus we zitten zeker op zo’n 3200 meter, voor ons een onbetwist hoogterecord ! En Ötzi is toch niet thuis !

– Klimwerk door ruig terrein richting Ötzi’s Fundstelle –

Dag 6: Van de Similaun Hütte naar Vent

– De Similaun Hütte in de ochtendzon –

’s Ochtends héél vroeg blijkt dat de weersvoorspelling is uitgekomen. Aan het firmament is geen wolkje te zien en we worden getrakteerd op een spectaculaire zonsopgang. De bergtoppen kleuren plotseling prachtig rood en we staren er – samen met de andere hutbewoners – vol bewondering naar.

– Zonsopgang op 3000 meter ! –

Te snel is dit alles weer voorbij en de Alpen worden witgeel, ook mooi ! Dan komen de eerste zonnestralen net over de gletsjerrand onder de top van de Similaun, wat opnieuw prachtige lichteffecten geeft.
Terwijl een groep bergbeklimmers begint aan de beklimming van de Similaun, beginnen wij onze afdaling naar het ruim 1000 meter lager liggende Vent. Het is vandaag onze laatste dag en we moeten terug. Maar wat voor een laatste dag ! Langzaam klimt de zon boven de rechterdalwand uit en zet de gletsjer in volle gloed. Opnieuw een mooi natuurverschijnsel: ijskristallen lichten op en tonen zich als evenzovele lichtjes op de gletsjer.

Het traject voor vandaag is duidelijk: hetzelfde als gisteren en eergisteren. Maar het landschap, sneeuwwitte bergen onder een diepblauwe lucht, maakt dat we dat helemaal niet erg vinden. De zonnestralen doen de sneeuw langzaam smelten, maar er is voldoende sneeuw gevallen om het pad wit te houden tot we weer terug zijn in de Martin Busch Hütte.

– Afdaling naar de Martin Busch Hütte –

Op het windvrije terras van Martin Busch is het in de volle zon intussen bloedheet geworden. De sneeuw smelt nu snel. Het pad naar Vent toont zich van zijn zomerse zijde. Wat een verschil met eergisteren ! De broekspijpen kunnen afgeritst en de truien uit. Een prachtige finale van een zeer afwisselende zesdaagse huttentocht door de Ötztaler Alpen.

– De laatste fraaie kilometers naar Vent –

– – –

(copyright: JWE van de Poel)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *